Expats onder de loep (2025–2026): de nieuwste spelregels, de belangrijkste rechtspraak en een praktische aanpak voor HR & payroll (deel 1)

Grensoverschrijdend werken is een gelaagde compliance-vraag. Op het niveau van verblijfs- en tewerkstellingsrecht (o.a. Vreemdelingenwet 2000/Vreemdelingenbesluit 2000 en uitvoeringspraktijk van de IND) draait het om toegang tot de arbeidsmarkt en naleving van referentverplichtingen. Lees verder voor meer informatie.

Inleiding

Stel: je werft een ervaren software engineer buiten de EU. Het salaris voldoet aan de kennismigrantencriteria, de verblijfsrechtelijke route lijkt helder en in de arbeidsvoorwaarden is toepassing van de 30%-regeling voorzien. In de praktijk blijkt echter dat grensoverschrijdende arbeid zelden ‘plug‑and‑play’ is. Een jaar later kan bij een payroll-audit blijken dat het beschikkingstijdvak niet aansluit op de loonadministratie, dat de salarisnorm door een (op zichzelf logische) wijziging in looncomponenten onder druk komt te staan of dat vergoedingen niet scherp zijn afgebakend ten opzichte van de WKR. Parallel daaraan kan de IND bij toezicht vragen om onderbouwing van functie-inhoud, standplaats en feitelijke aansturing.

De inzet van expats en andere internationaal mobiele werknemers wordt in 2025–2026 geconfronteerd met een dynamisch normatief kader: wetgeving, uitvoeringsbeleid en rechtspraak bewegen gelijktijdig, terwijl toezichthouders (Belastingdienst en IND) nadrukkelijker toetsen op de feitelijke omstandigheden. Dat vraagt om een benadering waarin je niet alleen ‘de regeling’ kent, maar ook het onderliggende toetsingskader: welke rechtsbron is leidend, welke definities zijn beslissend (bijv. werkgever, loon, woonland/werkland), en hoe verhouden nationale regels zich tot EU‑recht en verdragen. Ik werk daarom vanuit drie lagen – vergunningen/arbeidsrecht, sociale zekerheid en belastingheffing – en ik vertaal die naar concrete dossiervereisten voor HR, payroll en finance. We beginnen met de laag vergunningen en arbeidsrecht.

1) Vergunningen en arbeidsrecht (IND/Wav): basis op orde vóór payroll start

Grensoverschrijdend werken is een gelaagde compliance-vraag. Op het niveau van verblijfs- en tewerkstellingsrecht (o.a. Vreemdelingenwet 2000/Vreemdelingenbesluit 2000 en uitvoeringspraktijk van de IND) draait het om toegang tot de arbeidsmarkt en naleving van referentverplichtingen. Op het niveau van sociale zekerheid bepaalt de EG-verordening waar iemand sociaal verzekerd is (Verordening 883/2004). Op het niveau van belastingheffing spelen de Wet op de loonbelasting 1964, uitvoeringsbesluiten/-regelingen, beleidsbesluiten en belastingverdragen een rol. Het betreft verdragen die gesloten zijn tussen twee lidstaten (indien en voorzover van toepassing). Het gevolg daarvan is dat in elk individueel geval het van toepassing zijnde verdrag geraadpleegd moet worden.  De kernboodschap: dezelfde feitelijke inzet (wie stuurt aan, waar wordt gewerkt, hoe wordt beloond) werkt door in alle drie lagen. De opbouw hieronder volgt daarom die driedeling.

1.1              Kennismigrantenregeling in het kort:

vergunning – salariscriterium – erkend referent

Het startpunt is een kwalificatievraag: onder welke verblijfsrechtelijke titel en welke arbeidsmarktautorisatie worden de werkzaamheden in Nederland verricht, en wie is daarbij de verantwoordelijke partij. Bij EU/EER/Zwitserland is het vrij verkeer uitgangspunt; bij derdelanders zijn routes als kennismigrant, ICT of EU Blue Card relevant. Tegelijk vereist de Wet arbeid en Vreemdelingen 2000 dat je niet alleen kijkt naar de formele contractpartij, maar ook naar de feitelijke tewerkstellingssituatie (leiding en toezicht, inlening, werkplek). In toezicht- en handhavingspraktijk is juist die feitelijke laag beslissend: discrepanties tussen contract, functieprofiel, timesheets en werkplekafspraken vergroten het risico op correcties of sancties.

1.2              Verplichtingen erkend referent:

Meldplicht -administratieplicht – ‘audit trail’

Bij de kennismigrantenregeling verschuift een deel van de compliance naar de werkgever via het erkend referentschap. Dat referentschap is geen label, maar een pakket aan zorgplichten dat doorwerkt in governance: de werkgever moet kunnen aantonen dat aan voorwaarden is voldaan en wijzigingen tijdig zijn verwerkt. Denk aan meldingen bij relevante wijzigingen (bijv. einde dienstverband, wezenlijke functiewijziging, structurele verandering van werkplek, of beloning die richting het salariscriterium beweegt) en aan een administratie die controleerbaar en consistent is. Voor een ‘audit‑trail’ is het nuttig om in het dossier expliciet te documenteren: (i) het gekozen vergunningspad en de juridische grondslag, (ii) het functieprofiel en de kwalificerende werkzaamheden, (iii) het loonbegrip dat voor IND-doeleinden meetelt, en (iv) de feitelijke inzet (standplaats/hybride werken) met datumlog van wijzigingen.

1.3 Wet arbeid vreemdelingen (Wav): boeterisico bij ‘feitelijke tewerkstelling’

De Wet arbeid vreemdelingen (hierna: ‘Wav’) regelt of en onder welke voorwaarden een vreemdeling in Nederland arbeid mag verrichten. De wet verbiedt in beginsel dat een werkgever een vreemdeling arbeid laat verrichten zonder de juiste arbeidsmarktautorisatie, zoals een geldige tewerkstellingsvergunning of een verblijfsrechtelijke titel waaruit volgt dat arbeid is toegestaan. Daarbij kijkt de Wav niet alleen naar de formele contractuele werkgever, maar ook naar degene die iemand feitelijk arbeid laat verrichten. Dat maakt de Wav in de praktijk bijzonder relevant bij terbeschikkingstelling van arbeid, detachering, inlening en inzet binnen concernstructuren. De Wav fungeert daarmee als handhavingskader voor situaties waarin arbeid door derdelanders wordt verricht zonder juiste autorisatie, of waarin de verantwoordelijke werkgever in Wav-zin anders is dan de contractuele werkgever. Het juridische risico is cumulatief: naast bestuurlijke boetes kan ook reputatie- en continuïteitsrisico ontstaan. Een bruikbare vuistregel is daarom: toets niet alleen het papier, maar reconstrueer de feitelijke arbeidssituatie en leg die vast, waaronder project, locatie, supervisie, duur en betrokken ketenpartijen.

Kortom naast het vergunningstelsel speelt de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) een belangrijke rol. De partij die iemand feitelijk arbeid laat verrichten kan aansprakelijk worden gehouden als er niet (meer) aan de voorwaarden is voldaan. Dat risico zie je vooral bij (i) detachering/inlening, (ii) inzet bij groepsmaatschappijen, en (iii) werken op klantlocaties waarbij de dagelijkse aansturing niet ligt bij de formele werkgever. De belangrijkste praktische maatregel is: leg vooraf vast wie werkgever/inlener is, waar gewerkt wordt, en wie toezicht en leiding heeft—en zorg dat dit consistent is in contracten, opdrachtbevestigingen en het IND‑dossier.

1.4 Wie is werkgever (en waarom dit doorwerkt naar sociale zekerheid en belasting)

Bij grensoverschrijdende inzet is ‘werkgever’ geen administratieve formaliteit. Voor immigratie is relevant wie referent is en wie de arbeid aanbiedt; voor sociale zekerheid kijkt men o.a. naar waar de werkzaamheden feitelijk plaatsvinden en of er detachering is; fiscaal bepaalt het werkgeverschap mede wie inhoudingsplichtig is en hoe je looncomponenten kwalificeert. Gebruik daarom één set kernvragen in elk dossier: (a) wie sluit het contract, (b) wie betaalt het loon, (c) wie geeft leiding en toezicht, (d) waar is de standplaats (en hoe vaak wordt in andere landen gewerkt), en (e) is er sprake van inlening. Zet die antwoorden ook op papier (bijv. in een ‘assignment letter’ of addendum) zodat IND, de salarisadministratie en (later) Belastingdienst dezelfde feiten zien.

Lees meer over de 2e laag: Sociale zekerheid

Lees meer over de 3e laag: Belastingheffing

Lees meer over de valkuilen

Ga naar de checklist

Gerelateerde artikelen